EK voetbal 2016, bondgenoot van de sociale beweging?

866
866
share this item

NOÉ ROLAND.

Op 10 juni is het EK 2016 begonnen, een van de belangrijkste voetbalcompetities ter wereld. Een sportevenement van deze omvang houdt de gemoederen bezig en veel Europeanen zaten dan ook met smart op de aftrap te wachten. Franse politici zitten ermee in hun maag dat het EK tijdens deze roerige periode plaatsvindt en zullen blij zijn als de feestelijke tijd weer voorbij is. De demonstranten die protesteren tegen de wet El Khomri zien het sportevenement met lede ogen tegemoet: als het EK nu eens het einde betekent van de sociale strijd? Tegenover dat pessimisme kunnen we misschien een andere vraag stellen: als nu eens blijkt dat het EK bondgenoot is van de beweging tegen de nieuwe arbeidswet?

vakbondsgebouw, woensdag 31 mei 2016

Het EK ging vorige week van start. De mensen die ik tegenkom hebben het er natuurlijk wel over, maar ik heb het idee dat er dit jaar in de bistro’s, onderweg, bij vrienden of op het werk minder wordt gesproken over voetbal en meer over die bewuste wet El Khomri en de enorme volksmobilisatie waar de wet op stuitte. Als we bepaalde peilingen mogen geloven begrijpt en steunt een verpletterende meerderheid van de Franse bevolking de stakingen dan ook. Op dinsdag 31 mei wees een zowel gelijkgezinde als pessimistische collega me in alle vroegte op het onderwerp:

Collega: ‘Het is goed dat ze demonstreren en economische blokkades opzetten om gehoord te worden, maar ik heb het idee dat dat niet meer van deze tijd is. Uiteindelijk doet dat de machthebbers toch niet zoveel.’

Ik: ‘Nee, dat kun je niet zeggen. Je moet op z’n minst erkennen dat sommigen hun mening erdoor hebben bijgesteld en dat er nu schot in de zaak zit. De regering staat op het punt te buigen: er wordt uiteindelijk niet meer gesneden in het budget voor universiteiten, bepaalde beroepsgroepen zoals de vervoerssector beginnen vat te krijgen op de Arbeidswet… Je kunt niet zeggen dat het helemaal geen effect heeft! We zitten de laatste tijd middenin een hedendaagse klassenstrijd. Kijk, zelfs de directeur van Total begint te dreigen, dan begint die ‘m nu toch ook wel een beetje te knijpen.’

‘Ja, maar raken we de regering wel echt? Ik bedoel, die kerels zitten altijd op hun plek en voelen zich allesbehalve bedreigd. En vroeg of laat worden ze toch vervangen door nieuwe exemplaren.’

‘Wat moeten we volgens jou dan doen?’

‘Nou, over een paar dagen begint het EK. Zou het niet geweldig zijn om ervoor te zorgen dat het verloop van de competitie wordt verstoord? Stel je voor dat de beweging dan nog net zo sterk is, dat de demonstranten nog steeds een bende maken van het land en dat ze een wedstrijd zouden kunnen tegenhouden, al is het er maar één. Of al zouden ze alleen de televisie-uitzending verhinderen! Dan doe je ze pijn en zet je ze echt voor schut. Dit komt wel van mij en ik ben niet objectief, want ik heb altijd al een hekel gehad aan voetbal.’

Ik heb dan wel geen hekel aan voetbal, maar ik mag er ook niks over zeggen, want ik kan amper drie namen van voetballers noemen die nu deel uitmaken van de Franse selectie. Ik vond zijn idee zeker gewaagd, maar best goed.

vakbondsgebouw, woensdag 31 mei 2016

Die avond ging ik naar het vakbondsgebouw waar een bijeenkomst genaamd ‘We stemmen niet meer op de PS’ plaatsvond, georganiseerd door de krant Fakir, met als aanwezigen in het bijzonder journalist François Ruffin, politica Christine Poupin, schrijver Gérard Mordillat en – gek genoeg? – politicus Gérard Filoche. Het doel was om gezamenlijk de balans op te maken van de mobilisatie tegen de wet El Khomri, drie maanden na de start, en om een strijdplan en bijeenkomsten vast te leggen ter voorbereiding op met name de demonstratie van 14 juni. Vakbonden, schrijvers, journalisten en actievoerders kwamen achtereenvolgens aan het woord om hun mening te geven: ze vonden allemaal dat er kon worden gesproken van een zeer brede, gedenkwaardige mobilisatie en dat er diverse acties op touw moesten worden gezet – blokkades, alternatieve mediaproducties, flyeren – om de vaart erin te houden.

Op een gegeven moment greep François Ruffin de microfoon: ‘Ik denk dat het de moeite waard is om acties te houden rondom het aankomende EK. Ik heb het idee dat de regering op het punt staat zijn mening bij te stellen en dat wat we eerst als obstakel zagen misschien eerder een obstakel is voor de regering dan voor ons.’ Mijn dag eindigde dus zoals hij begon, met de indruk dat een nieuwe fase van de sociale strijd vorm begon te krijgen. Ik deel die mening, maar ik durf er niet echt in te geloven, omdat voetbal een soort religie is geworden en voor sommigen zou die aanval daarom bijna heiligenschennis zijn.

‘Als de ultieme daad van verzet nu eens is dat we het verloop van de competitie verstoren, terwijl er van ons slechts wordt verwacht dat we kijken en consumeren?’

Maar terwijl ik mijn optimisme de boventoon laat voeren zeg ik tegen mezelf dat er inderdaad iets te doen is. Om meerdere redenen. Omdat voetbal juist bij uitstek de sport van het volk is. Omdat het onterecht is dat die sport ons is afgenomen door het kapitalisme en het daarom in eerste instantie alleen maar om geld draait. En omdat het effect van een ‘blokkade’ van het EK die overwegingen tot uitdrukking brengt.

De eerste wedstrijden kunnen toch niet worden gemist? Ik hoop een gevoelige snaar te raken: als het nu eens niet de ultieme daad van verzet is dat we het verloop van de competitie verstoren, terwijl er van ons slechts wordt verwacht dat we kijken en consumeren?

Waar het EK voor staat

michc3a9a-butHet is voor niemand meer een geheim dat voetbal vandaag de dag volledig is opgegaan in het wereldwijde kapitalisme. Wellicht is het zelfs de sport die het dichtst bij de neoliberale stroming staat, die bijna zover is om op zijn beurt een eigen industrie te vormen. Een actueel stuk dat over het onderwerp is geschreven is Comment ils nous ont volé le football : la mondialisation racontée par le ballon (‘Hoe ze het voetbal van ons hebben afgepakt: mondialisering uitgelegd door de bal’), een uitstekend boekje, geschreven in 2012 door Antoine Dumini en… François Ruffin, fervent voetbalfan. De twee journalisten vertellen ons over de andere kant van het voetbal van nu, bevestigen de rol die sport speelt in het consolideren van het hedendaagse denken, wijzen op de banden met de politiek en kondigen de industrialisering van het voetbal aan. Tegenover het einde van de traditionele waarden stellen ze de waarden van enkele vooraanstaande voetbal vertegenwoordigers – solidariteit, collectiviteit en tevens zelfbestuur, in het geval van de legendarische Braziliaanse club Corinthians, de club van de beroemde dokter Sócrates – net zoals filosoof Jean-Claude Michéa dat in verschillende artikelen heeft gedaan.

Net als de woorden ‘democratie’ en ‘socialisme’ is het woord ‘voetbal’ zich toegeëigend door de aanhangers van onze neoliberale samenlevingen, die hun best doen om het in hun voordeel te gebruiken en het op te nemen in wat Guy Debord De spektakelmaatschappij noemde. Voetbal fungeert tegenwoordig als rookgordijn, als catharsis, en leidt de aandacht af van kwesties die meer met politiek en minder met eensgezindheid te maken hebben dan voor of tegen een bepaald team zijn. Let wel, ik doel hier niet op het bekende ‘brood en spelen’-argument, dat ik nogal neerbuigend vind. Met sport is van nature niets mis: het is toch heerlijk om een balletje trappen met wat kameraden? En wie kijkt er nu niet graag eens een wedstrijd? Het gaat er alleen om dat de politieke, mediale en financiële elite het gebruiken als onderwerpingsmiddel en de financiële inkomsten van die spektakelindustrie moeten aan de kaak worden gesteld.

match-oldDe sport kwestie kom je niet tegen in de culturele en sociale strijd waar de Fransen op het moment in zijn verwikkeld. Die is echter heel geschikt om alle actuele antiliberale kritiek te concretiseren en verschillende vragen te stellen. Willen we het voetbal zoals het nu wordt voorgesteld? Mogen de waarden bezoedeld worden door alles waar het nu voor staat?

Het EK 2016 als wake-upcall voor de Europese bevolking?

De tweede reden waarom we deze kans niet mogen laten schieten is symbolisch, maar niet minder belangrijk. De beweging tegen de wet El Khomri betwist de antisociale wet waar niemand blij mee is en die emoties tot uiting laat komen, maar de beweging is bovenal gekant tegen de technocratische uitwassen van de EU. Het bewijs daarvoor is gemakkelijk te vinden: Jean-Claude Juncker, voorzitter van het Europees Parlement, geeft dat zelf als hij verklaart dat ‘de hervorming van de arbeidswet, gewenst en opgelegd door de regering-Valls, het minimale is wat er moet gebeuren.’ In een Europa waar volgens diezelfde man ‘geen democratische keuze kan bestaan tegen de Europese verdragen’ belooft het vooruitzicht dat het ‘minimale wat er moet gebeuren’ kan worden doorgevoerd een steeds agressievere neoliberale toekomst, die zich zal vertalen naar een in Frankrijk ongekende sociale breuk.

coralie-delaumeZoals blogger Coralie Delaume opmerkt in een artikel dat onlangs werd gepubliceerd in Figarovox, is ‘[d]e wet El Khomri een import product made in de Europese Unie. De “Grote richtlijnen van het economisch beleid”, waarvan het bestaan rust op de verdragen, en het “Nationaal hervormingsprogramma” (van Frankrijk, red.), ingebed in het kader van het beleidsplan Europa 2020 “voor slimme, duurzame, inclusieve economische groei,” schrijven meerdere landen langdurig economisch malthusianisme en salarisverlaging voor.’ In het huidige Europese perspectief betekent dat dat we niet ontkomen aan het tenietdoen van de rechten van arbeiders. Vanwaar het strenge optreden tegen de Franse demonstraties en de schijnbare onwrikbaarheid van de regering. De Europese afkeuring van het Franse volk is niet zo sterk geweest sinds de overwinning van het nee-kamp bij het referendum van 2005. Dit keer speelt het verhaal zich niet af bij de stembus, maar op straat. En de strijd zou wel eens de komst van een Franse lente kunnen aankondigen. Het Europees kampioenschap hangt sterk samen met het EU-beleid, aangezien de EU tegenwoordig rust op dezelfde economische en financiële pijlers als de sportindustrie. Het EK staat ook symbool voor een ontmoeting moment tussen de verschillende Europese volkeren, eerbiedwaardig als je alleen kijkt naar het sportieve karakter van het evenement, maar verdorven door het immense fortuin dat wordt besteed aan bijproducten, buitensporige honoraria, financiële speculaties en publiciteit.

Laten we meer dan tien jaar na de ‘nee’ op het referendum van 2005 van deze gelegenheid gebruikmaken om de komende dagen te laten fungeren als een moment van samenkomst van Europese volkeren, anders dan ze ons willen opleggen. Onze Griekse, Spaanse en Portugese vrienden hebben ons onlangs allemaal laten zien dat we niet alleen staan in het gevecht tegen onze verwoestende publieke instellingen. Laten we samen nieuwe strijd tactieken ontwikkelen en laten we een poging wagen.

Bron Le Monde fr

Zo zal het EK de sociale mobilisatie niet afremmen, maar juist potentieel onze beste bondgenoot zijn in deze strijd. Symbolisch gezien vormt het EK Europa-breed een gelegenheid om de mondialisering en de Europese Unie ter discussie te stellen. Strategisch gezien is dit een manier om onze regeringen en diegene die ze ondersteunen recht in het hart te raken door ze te pakken op internationale schaamte, en door het prestige van de organisatoren van het toernooi aan te vallen. En ideologisch gezien, tenslotte, zal de kritiek op het EK voetbal ook zijn weerslag hebben op de afnemende anarchistische bewegingen, door het betwisten van de concepten groei, publiciteit en productivisme in de specifieke context van sport.

Wat de televisie-experts er ook van zeggen, er hangt een opstand in de lucht in Frankrijk. De economische blokkades, de demonstraties, Nuit Debout en alle andere, meer opzichzelfstaande acties, die niet worden genoemd door de grote media jagen de reeds wankelende breinen achter de wet angst aan. Is dit dan niet het ideale moment om met z’n allen eens een flinke trap tegen die bal te geven?

Bron: https://comptoir.org/2016/06/03/leuro-2016-allie-du-mouvement-social/

Vertaald door Sanne van der Meij

In this article